Home » Aandoeningen » Achtervoet » Platvoet

Platvoet

Per definitie vinden we bij een platvoet een inzakking van de voetboog aan de binnenzijde van de voet, meestal geassocieerd aan een verplaatsing  van het hielbeen naar de buitenzijde (=valgus).

Heel veel platvoeten worden goed verdragen en eisen geen medische behandeling.

Deze twee afwijkingen zijn een constante, maar hun verhouding ten opzichte van elkaar leidt tot een grote verscheidenheid aan ziektebeelden:

  • De meeste kinderen tot en met 5 à 7 jaar hebben platvoeten, die zich met de groei spontaan normaliseren. Indien de platvoet pijnlijk is, volstaat het meestal steunzolen te dragen. Het dragen van goede schoenen met een stevige hielstuk is ook belangrijk. In uitzonderlijke gevallen , bij blijvende pijn ondanks de steunzolen, wordt een operatie voorgesteld om de platvoet te corrigeren door het plaatsen van een endoprothese of door osteotomieën ( = “breken”van een bot om een verkeerde stand te herstellen);
  • Sommige mensen hebben een een bijkomend os naviculare aan de binnenkant van de voet, dit is een stukje bot dat niet volledig is vergroeid met de aanhechting van de tibialis posterior pees op het os naviculare. Na een verstuiking, breuk of overbelasting kan dit bijkomend botje losser en bijgevolg ook pijnlijk worden. Afhankelijk van de grootte van dit botfragmentje kan men, indien kinesitherapie en steunzolen geen baat hebben, het ofwel verwijderen ofwel vastschroeven.
  • Synostose: dit is een architecturale anomalie waarbij er een soort overbrugging tussen twee botjes in de achtervoet aanwezig is. Deze overbrugging kan ofwel uit bot, uit kraakbeen of uit fibreus weefsel bestaan. Onafhankelijk van zijn samenstelling, veroorzaakt zo een synostose een verlies van beweeglijkheid tussen die twee desbetreffende botjes. Bij een pijnlijk stijve platvoet moet een overbrugging uitgesloten worden.Een platvoet op jeugdige leeftijd die verstijfd is, heeft veel kans een synostose te vertonen. Vermits de achtervoet stijf en vergroeid is, zal het dragen van steunzolen in deze situatie geen zin hebben. Een steunzool kan wat steun geven maar de platvoet  kan niet gecorrigeerd worden wegens de verstijving. Deze overbrugging, kan  door overbelasting of voorgaand trauma, pijnlijk worden. In sommige gevallen kan men besluiten de synostose te verwijderen of de betrokken gewrichten volledig vast te zetten.
  • Tibialis posterior tendinitis tendinopathie :

Door de doorzakking van het lengtegewelf in de platvoet, worden de pezen en ligamenten progressief,  aan de binnenzijde van de voet, uitgerokken. De tibialis posterior pees speelt een dynamische rol om het lengtegewelf te ondersteunen.

Dit is de pees die de voetboog aan de binnenzijde van de voet creëert. Zijn verloop gaat van de binnenzijde van het been, achteraan de mediale malleolus tot zijn aanhechting op het middenste gedeelte van de voet, namelijk het os naviculare.

Wegens de doorzakking wordt hij overbelast. Hierdoor kan die pees ontsteken en zelfs doorscheuren.

Afhankelijk van de graad van ontsteking van de pees, de aanwezigheid van een partiële of volledige scheur en de positie van de achtervoet en het enkelgewricht zullen verschillende types operaties worden voorgesteld, geïsoleerd of in combinatie, nl.

  • Uitkuisen van de peesschede, eventueel met het uitsnijden van het zieke gedeelte van de pees
  • Correctie van de stand van de achtervoet  via een osteotomie van het hielbeen. Als het hielbeen teveel naar buiten staat ten opzichte van de as van het onderste lidmaat, dan treedt er teveel spanning op de structuren aan de binnenzijde van de achtervoet. De pees wordt dus relatief uitgerekt waardoor hij zal ontsteken. Door het bot van het hielbeen door te snijden en meer naar binnen te verplaatsen, worden de krachten rondom de achtervoet genormaliseerd en zal dus de spanning op de pees afnemen.
  • De transfer van de buigpees van  de tenen: hierbij vervangen we een doorgescheurde tibialis posterior pees of verstevigen we hem met een gezonde pees. Dit leidt slechts heel zelden (5% ongeveer) tot een gevoel van minder beweeglijkheid ter hoogte van de tenen zelf. Dit komt doordat ongeveer 80-90% van de mensen een verbinding hebben tussen de buigpees van de kleine tenen en de buigpees van de grote teen. Vermits die verbinding behouden blijft, zullen de kleine tenen zich, na de transfer van hun eigen pees, nog steeds kunnen buigen en dit dankzij de buigpees van de grote teen.

Een andere mogelijkheid is de transfer van een derde van de tibialis anterior pees. Deze tranfers alleen leiden slechts zelden tot een goed resultaat en moeten bijna steeds worden gecombineerd met een correctie van de stand van het hielbeen.

  • Een arthrodese van het calcaneocuboïdale gewricht of van het talonaviculaire gewricht. Dit wordt slechts in heel uitzonderlijke gevallen voorgesteld en hangt vaak af van het feit of er een bijhorende slijtage is van het kraakbeen van deze gewrichten.
  • Triple arthrodese: het vastzetten in goede functionele stand van de beenderen van de achtervoet. Dit is de meest klassieke ingreep met de meeste kans op een goede afloop. Bij jonge personen vermijden we echter zoveel mogelijk om deze ingreep uit te voeren en verkiezen we om osteotomieën en peestransfers te doen.

Wanneer wordt dan wel voor deze ingreep gekozen:

  • Volledige ruptuur van de tibialis posterior pees. Bij het opofferen van de beweeglijkheid, wordt de functie van de pees onnuttig.
  • Bij reumatoide arthritis
  • Bij aanwezigheid van slijtage van kraakbeen van één van de gewrichten van de achtervoet
  • Een tibio-talo-calcaneale arthrodese: Dit betekent dat we zowel het gewricht van enkel als het gewricht eronder vastzetten m.a.w. achtervoet en enkel. Dit wordt slechts in uitzonderlijke gevallen gedaan, met name als het interne ligament van de enkel niet meer fucntioneert en dus ook geen steun meer geeft, of als de externe malleolus door de overdruk spontaan een breuk heeft vertoont. Dit zijn onstabiele situaties die soms bij het uitvoeren van een triple arthrodese nog verergeren.
  • Een panarthrodese (d.i. het vastzetten van zowel het enkel gewricht als het gewricht eronder en ervoor)
  • Sinus tarsi syndroom: door het naar buiten staan van het hielbeen worden de weke delen bij elke stap samengeperst tussen het hielbeen, het sprongbeentje en de laterale malleolus.  Dit leidt tot een ontsteking en pijn op die desbetreffende plaats. Bij afwezigheid van een synostose, kan men hopen dat steunzolen waarbij het hielbeen naar binnen wordt gekanteld, de chronische ontsteking zullen afremmen. Alleen vertonen de meeste patiënten een te korte Achillespees, waardoor het hielbeen bij steun moeilijk kan kantelen en de weke delen blijven samengeperst worden. Om de efficiëntie van de steunzolen te verhogen zal u dus ook aangeraden worden om zoveel mogelijk dagelijks, strekoefeningen uit te voeren van de Achillespees. Soms is dit onvoldoende en kunnen we U verder helpen met een infiltratie. Na een dergelijke infiltratie kan U in principe Uw gewone dagelijkse activiteiten voortzetten. De pijn neemt vaak enige dagen toe om dan nadien stilletjes aan volledig te verdwijnen.
  • Verhoogde valgus van de achtervoet: het hielbeen staat teveel naar buiten waardoor een verhoogde spanning aan de binnenzijde van de voet ontstaat. Dit kan dan een ontsteking van de tibialis posterior pees veroorzaken. Andersom kan een verzwakking ter hoogte van deze pees op langere termijn leiden tot een valgus-stand van het hielbeen.

Tevens zal de druk aan de buitenzijde van de achtervoet verhogen, met pijn onder de externe malleolus als gevolg. In uitzonderlijke gevallen treedt soms een spontane breuk op van deze externe malleolus.

Dezelfde type behandeling als voor de tibialis posterior tendinitis is hier ook van kracht. Opnieuw wordt slechts een operatie voorgesteld als er onvoldoende baat was van een correct uitgevoerde conservatieve behandeling, met name, strekoefeningen, dragen van een steunzool met ondersteuning van de voetboog en varisatie van de achtervoet.

  • Abductus van de voorvoet: door het inzakken van de voetboog aan de binnenzijde van de voet, wordt de voet zelf naar buiten geduwd. Als men de voet langs de achterzijde bekijkt, zien we hierbij de tenen verschijnen. Dit noemen we in medische termen “toeing out”. Na verloop van tijd kan deze afwijking, die aanvankelijk soepel en reduceerbaar is, verstijven. Op dat moment zal het dragen van steunzolen weinig correctie brengen. Indien de platvoet dan wordt geopereerd zal ook een chirurgie moeten plaatsvinden op het middelste of voorste deel van de voet. De reden hiervoor is dat indien de achtervoet wordt gecorrigeerd en de middenvoet is verstijfd, de voorvoet vaak niet correct op de grond staat, wat op zich weer leidt tot pijn en andere pathologieën.
  • Een letsel van het deltoid ligament of van het springligament. Naast de pezen die op een dynamische manier (mits bewegen ed.) de voetboog ondersteunen, wordt deze voetboog ook gecreëerd door meer statische structuren (die dus geen bewegen voortbrengen), zoals de ligamenten. Letsels van deze ligamenten zijn niet zo frequent, maar kunnen voorkomen zowel in combinatie met een tibialis posterior tendinopathie als ook zonder. Indien hier een letsel wordt vastgesteld, biedt een conservatieve behandeling slechts zelden soelaas. In principe is dit een indicatie tot operatie waarbij het letsel wordt gehecht, bijna in alle gevallen gecombineerd met een achillespees verlenging en een binnenwaartse verplaatsing van het hielbeen.