Home » Aandoeningen » Voorvoet » Hallux rigidus

Hallux rigidus

Definitie

De term “hallux” staat voor “grote teen”. Wanneer deze grote teen een verminderde beweeglijkheid vertoont in de opwaartse en neerwaartse beweging, treedt er een soort verstijving op ter hoogte van het 1ste metatarsofalangeale gewricht, dewelke “rigidus” wordt genoemd.

Oorzaken

Bij afwezigheid van symptomen en vervorming, vertoont dit gewricht normaal gezien een opwaartse boog van ongeveer 75° en een neerwaartse van +/- 25°. De zijwaartse beweging is vrijwel onbestaand. Typisch in het geval van hallux rigidus is het verlies van voornamelijk de opwaartse beweging bij een rechte teen zonder afwijking naar of weg van de andere tenen, waarbij een zekere graad van gewrichtslijden (arthrose) aanwezig is. Een echte oorzaak aanwijzen is vaak moeilijk, maar toch is voorafgaand trauma van de grote teen het meest frequent.

Symptomen

De pijn is voornamelijk aanwezig gedurende de normale voetafrol, tijdens het stappen en lopen, als de grote teen bij de push-off fase blokkeert in dorsiflexie. Bij het klinisch onderzoek vindt men de verminderde beweeglijkheid terug, de aanwezigheid van botuitstulpingen (“osteofyten”) bovenaan en aan beide zijkanten van het gewricht: – een irritatie van één of meerdere zenuwen die uitgetrokken worden bij een neerwaartse beweging,…De meeste patiënten klagen van een “startstijfheid” alsook van een mechanische pijn die erger wordt naarmate de activiteit gedurende de dag toeneemt.

De diagnose is in hoge mate klinisch. Een röntgenfoto is nuttig om de diagnose te bevestigen, maar ook om een eventuele ingreep te plannen.

Behandeling

Vooreerst dient een conservatieve, niet-operatieve behandeling te worden uitgeprobeerd, want een zeker percentage patiënten heeft daar baat bij, in die mate dat een ingreep soms overbodig wordt. Om de pijn in het gewricht te verzachten, moet men proberen hem wat op rust te stellen. Dit kan bereikt worden door de zool van de schoenen te verstijven, waardoor het gewricht niet meer plooit tijdens het stappen. Wanneer de zool daarenboven een soort ronding krijgt, vergemakkelijkt die de afrol van de voet aanzienlijk. FIg 39 Dunne, plooibare zolen en hoge hakken verergeren de pijnen, want er wordt meer druk op het gewricht geplaatst. Fig 40 Pijnstilling, ontstekingsremmers en een eventuele infiltratie in het gewricht kunnen ook soelaas brengen.

Bij aanhoudende pijn, zijn verscheidene ingrepen mogelijk, afhankelijk van oa. de graad van arthrose, de lengte van het metatarsaal beentje, de aanwezige beweeglijkheid, een metatarsus elevatus, de leeftijd, de activiteiten,…Verschillende ingrepen kunnen gecombineerd worden, maar de basis is een uitruimen van de botaangroei.

  • Een cheilectomie is de term voor het uitruimen van het gewricht, mits verwijderen van de “osteofyten”, en in de meeste gevallen het verwijderen van ongeveer 1/3 van de rugzijde van het kopje van de metatarsaal. Fig 41 Dit is de minimale ingreep, sluit geen toekomstige andere ingrepen uit, en volstaat in de meeste gevallen als er nog niet al te veel vernauwing is van de gewrichtsspleet, en de arthrose dus nog niet te ver gevorderd is. Fig 42 en 43
  • Een osteotomie, ter hoogte van de falanx of de metatarsaal, heeft als doel enerzijds de druk op het gewricht te verminderen, en anderzijds om aan opwaartse beweeglijkheid te winnen. Fig 44 en 45
  • Als de arthrose toeneemt, hebben voorgaande ingrepen minder kans op slagen. Voor deze patiënten kan ofwel een arthrodese ofwel een metatarsofalangeal prothese worden voorgesteld. Het grote verschil is het opofferen versus bewaren van de beweeglijkheid van het gewricht. De voordelen van een arthrodese (Fig 46) zijn het feit dat het een definitieve correctie betreft en dat de garantie op eliminatie van de pijn en arthrose heel hoog is. In principe ondervindt U als patiënt geen enkele restrictie op Uw dagdagelijks functioneren, sportactiviteiten, etc. Het verlies van beweging echter maakt het evenwel onmogelijk hakken te dragen hoger dan 2 à 3 cm. Dit is echter wel mogelijk mits het plaatsen van een prothese,(Fig 47) maar niet iedereen komt in aanmerking voor een dergelijke ingreep. Veel hangt af van de arthrose ter hoogte van de sesamoid beentjes. Voorts is de overleving van een prothese beperkt tot een 10-tal jaar, waarna opnieuw tot een operatie moet worden overgegaan. De enige mogelijkheid dan is een arthrodese, dewelke technisch moeilijker te realiseren zal zijn op dat moment.

Postoperatief beleid

Voor meer informatie over de nazorg, de werkonbekwaamheid, etc.. verwijzen we U naar de informatiebrochure ivm de pathologie van de voorvoet.